woensdag 11 februari 2009

In een klein land als Nederland..

Door: Valentijn Brandt - Nijmegen, zomer 2007

Met een kleine hoeveelheid fantasie is het conflict tussen de bondscoach van het Nederlands voetbalelftal Marco van Basten en topvoetballers Mark van Bommel en Ruud van Nistelrooij terug te brengen tot een strijd om status tussen de leden van twee groepen die slechts gering van elkaar verschillen. De hardwerkende provincialen, Van Bommel en Van Nistelrooij, opgegroeid in de luwte van respectievelijk Maasbracht in Limburg en Geffen in Brabant, versus de goedgebekte stedelingen, Marco van Basten en zijn kompaan John van ’t Schip, die als talentvolle, stadse lefgozertjes opgroeiden in de straten van Utrecht en Amsterdam.

In mijn oren klinken veelgehoorde uitroepen als “Ach ja, da’s typisch Brabants” minder en minder complimenteus. Spelen in een klein land als Nederland subtiele verschillen tussen mensen van verschillende streken een rol van negatieve betekenis?


DE SOCIALE IDENTITEITS THEORIE
Volgens Tajfel & Turner hebben mensen de behoefte om bij een groep te horen en bovendien de behoefte aan een positief zelfbeeld. Daarvoor gebruikt men een positief groepsbeeld, dat de identiteit van de hele groep en daarmee ook die van elk aangesloten individu als superieur voorstelt. Om dit te bereiken doen mensen aan bevoorrechting van de eigen groep en benadeling van de (leden van) andere groepen. Zodoende zijn mensen geneigd om bij de eigen groep vooral positieve karakteristieken te percipiëren en bij andere groepen vooral negatieve karakteristieken te percipiëren. Hier manifesteert zich de strijd om status tussen groepen. Stereotypen zijn een gereedschap in deze strijd en rechtvaardigen de strijd tegelijkertijd.

Marco van Basten en John van ’t Schip leken zelfs bereid zichzelf te benadelen. Ze stellen vrijwillig een slechter elftal op, door Van Nistelrooij (tijdelijk) en Van Bommel (definitief) niet meer te selecteren. De paralellen met het beroemde Minimal Group Experiment zijn op zijn minst treffend: leden van de ene groep zijn bereid zichzelf te benadelen als leden van de andere groep maar nog zwaarder worden benadeeld, in het geval van Van Nistelrooij en Van Bommel met een onderbroken interlandloopbaan.

HET NARCISME VAN DE GERINGE VERSCHILLEN
De geografische afstand tussen de Gelderse steden Arnhem & Nijmegen is klein. De ruimtelijke en historische gelijkenissen zijn groot: beide steden liggen aan belangrijke rivieren en beide steden zijn in de Tweede Wereldoorlog zwaar beschadigd en rap maar weinig sfeervol opgebouwd. Toch zijn de wederzijdse weerstanden groot. Denk maar aan de rivaliteit tussen de lokale betaald voetbalclubs Vitesse en NEC; waar een Gelderse fusie mogelijk een nationale topclub had kunnen voortbrengen.

Anton Blok schreef ‘The Narcissism of Minor Differences’. Volgens hem spelen verschillen juist wanneer ze klein zijn een belangrijke rol als katalysator voor de ontwikkeling van haat: “We zijn geneigd conflict en strijd tussen individuen en groepen toe te schrijven aan groeiende tegenstellingen. Hoe groter de (economische, sociale of culturele) verschillen, hoe groter de kans op geweldadige confrontaties. Maar een ontwerp voor algemene theorie over de uitoefening van macht en geweld mag niet voorbijgaan aan het feit dat de hevigste strijd zich vaak afspeelt tussen individuen, groepen en gemeenschappen die juist heel weinig van elkaar verschillen. Burgeroorlogen worden gewoonlijk beschreven als medogenlozer dan andere oorlogen.” De slachtpartijen tussen de Hutu’s en de Tutsi’s in Ruanda is een voorbeeld van een conflict waarbij de overeenkomsten tussen de strijdende partijen groter zijn dan de verschillen. “En de felste strijd is vaak die tussen broers.” Waarschijnlijk speelt het narcisme van de kleine verschillen hier ook een belangrijke rol, evenals in de zogenaamde ‘troubles’, de strijd tussen protestanten en katholieken in Noord-Ierland.

Hoe kleiner de verschillen, hoe zwaarder ze wegen. In de woorden van Anton Blok: “Sociale identiteit is gelegen in verschil, en verschil wordt in stand gehouden, bekrachtigd en verdedigd tegenover dat wat het dichtste bij is” – dat wat het dichtste bij is, in de ruimste betekenis van het woord, vormt de grootste bedreiging van de identiteit.

Helen Davis schrijft dat volgens Stuart Hall identiteit een productie is en dus per definitie incompleet. “Identity is in constant production and exists at the point of intersection between the individual and other determining structures and institutions”. Identiteit is een individuele of collectieve creatie, een constructie is die wel een zelfbeeld of een opvatting van het zelf genoemd zou kunnen worden, die als authentiek en oorspronkelijk gepercipiëerd wordt? Maar onbewust definiëren mensen hun identiteit niet aan de hand van intrinsieke, oorspronkelijke eigenschappen van de eigen groep maar aan de hand van het subtiele onderscheid met een in veel opzichten vergelijkbare groep. De identiteit van bijvoorbeeld de bevolking van het oosten van Gelderland, de Achterhoekers, onderscheidt zich zeer subtiel van die van de Tukkers (de bevolking van het oosten van Overijssel). In hun eigen ogen is dit kleine verschil dikwijls cruciaal. Een buitenstaander daarentegen, een Rotterdammer of bijvoorbeeld een Amerikaan, zal juist getroffen zijn door de grote gelijkenis in taal en mentaliteit tussen deze twee bevolkingsgroepen.

PROBLEEMSTELLING
In 'Etnische conflicten en het moderne geweten' uit 1999 bespreekt ook schrijver en historicus Michael Ignatieff het narcisme van het geringe verschil, een theoretisch idee dat voor het eerst uit het brein van Sigmund Freud ontsproot. Ignatieff schrijft: “Juist wanneer de verschillen tussen groepen klein zijn, moeten ze agressief tot uitdrukking gebracht worden. Hoe minder de verschillen tussen twee groepen om het lijf hebben, hoe meer ze allebei hun best doen die verschillen als absoluut af te schilderen. Bovendien richt de agressie die vereist is om een groep bijeen te houden zich niet alleen naar buiten, op een andere groep, maar ook naar binnen, om de verschillen tussen individu en groep tegen te gaan.”

Dit onderzoek gaat over geografische identificatie. Met welk gebied voelen Nederlanders zich verbonden en wat is de grootte van dit gebied? Waar ligt volgens Nederlanders het onderscheid met andere Nederlanders? Identificeren Nederlanders zich met de woonplaats, de geboorteplaats, de regio, de provincie, het land, Europa? Welke groep Nederlanders noemt zich wereldburger? Identificeren stedelingen zich uitsluitend met hun eigen stad? En identificeren mensen van het platteland zich met de hele streek? Welke aspecten zijn predictoren van de geografische schaal waarop mensen hun identiteit baseren?

Of is identiteit tegenwoordig een individuele en daarmee willekeurige kwestie en zijn er geen sociologische uitspraken te doen over geografische identiteiten van mensen en de predictoren ervan?

---

NEEM VOOR HET COMPLETE ARTIKEL CONTACT OP VIA: info@valentijnbrandt.nl.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen