zaterdag 14 februari 2009

Onveiligheid, wat is dat?

Door: Thomas Hurkxkens – San Salvador, winter 2009

Nergens word je als journalist zo getest als in gevaarlijke gebieden. Zoals een oorlog, tussen de armoede en criminaliteit, of tijdens een dictatuur. Maar nergens ben je ook harder nodig. Een betere wereld is niet mogelijk zonder mensen die midden tussen het geweld verhalen bekend maken en zoeken naar betrouwbaarheid van deze verhalen. Maar hoe weet je of je gevaar loopt, zonder spannend muziekje uit een film om je bij te staan?Thomas Hurkxkens bericht uit El Salvador.

Bekijk de beelden op: http://intern.lokaalmondiaal.net/video/internettrailer.mov


In 1982 werkt de Nederlandse journalist Koos Koster in El Salvador in zo’n gevaarlijk gebied. Er woedt een burgeroorlog in het land. Linkse guerrilla’s van het FMLN proberen de rechtse dictatuur, gesteund door de Verenigde Staten, omver te werpen. Het regeringsleger moordt op grote schaal. Vele duizenden burgers en guerrilla’s worden gedood, hele dorpen verwoest en de bewoners bruut om het leven gebracht. Koos Koster is een kritische journalist en maakt dagelijkse reportages over de situatie in het land. De militairen willen dit niet en proberen hem te intimideren: hij wordt bedreigd. Koster is journalist, hij loopt gevaar, maar schat in dat hij nog veilig genoeg is. Dat is hij niet. Op 17 maart loopt hij samen met zijn crew in een hinderlaag. Op weg naar het gebied dat in handen is van de guerrilla’s worden zij door militairen beschoten. Het betekent de dood van Koos Koster, Hans Ter Laag, Jan Kuiper en Joop Willemsen

Met licht knikkende knieën daal ik 27 jaar later de vliegtuigtrap af. El Salvador kent weliswaar geen dictatuur meer, maar het is nog steeds één van de meest gewelddadige landen ter wereld. Dagelijks worden er rond de 15 moorden gepleegd en in de wijken van de stad leven de gangs van de Mara Salvatrucha, getatoeëerde bendeleden die nergens voor terugdeinzen. Samen met mijn collega Marc Broere ga ik een reportage maken over de situatie van El Salvador anno 2009. En dat betekent dat we niet alleen gaan berichten over de armoede die steeds verder toeneemt in het land, maar dat we een poging gaan ondernemen deze gangs te ontmoeten. Zij houden het land in hun greep.
Op het vliegveld worden we opgewacht door Guillermo Denaux een Belgische oud-ontwikkelingswerker die met tussenpozen al sinds begin jaren zeventig in El Salvador woont. Hij gaat ons begeleiden, legt de belangrijke contacten en houdt de omgeving in de gaten terwijl we beelden maken van de stad. Hij kent het land als zijn broekzak en vertaalt tijdens interviews. Bij buitenlandse reizen is een ‘fixer’ als Guillermo goud waard, omdat de tijd die je als journalist in een land doorbrengt vaak te kort is om zelf contacten leggen.
Dat betekent niet dat Guillermo zomaar even de wijken in rijdt en aanbelt bij één van de gangleden voor een interview. De eerste poging om de gang te benaderen loopt daarom via rechter Aida Escobar, die contacten heeft met een gevangenisdirecteur. De gevangenis zou de beste plek zijn om de gangleden te filmen. Dat het in deze gevangenissen onveilig is bewijzen gruwelijke foto’s van moordpartijen die de rechter ons laat zien. We krijgen haar persoonlijke bodyguard mee ter bescherming. Marc, Guillermo en ik spreken af dat we onmiddellijk vertrekken als één van ons zich niet meer lekker voelt, ook als de anderen dit gevoel niet delen.

De zwaar beveiligde gevangenis ligt twintig kilometer buiten de stad. Eenmaal door de poort moeten we alle waardevolle spullen achterlaten. Horloges en ringen moeten af om gangleden geen aanleiding te geven iets te proberen. Zij slapen op grote slaapzalen waar het vaak twijfelachtig is wie de baas is: de bewakers of zij. Dat het gevaarlijk is blijkt ook als de directeur zenuwachtig heen en weer begint te schuiven op zijn stoel als hij ons verzoek hoort. Hij heeft duidelijk geen zin om ons naar binnen te laten gaan en de gevangenen onrustig te maken. We worden daarop van het kastje naar (één van de vele) muren gestuurd. We zien een paar cellen, mogen kort praten met een modelgevangene, ‘het leven in de gevangenis is helemaal niet erg en ik word goed verzorgd’, en staan twee deuren verder plotseling weer buiten. De directeur is ‘in bespreking.’
Het is duidelijk dat we zonder de juiste personen mee te nemen deze reis geen enkele tatoe gaan zien. Het bezoek aan de gevangenis benadrukt weer het gevaar van een bezoek aan deze gangleden. We moeten op zoek naar een vertrouwenspersoon van gangs die de wijken kent. We proberen het bij Homies Unidos, een organisatie van ex-gangleden die zich verenigd hebben. Maar ook daar krijgen we nul op het rekest. Het beste wat zij voor ons kunnen doen is contact leggen met de bevriende pater Antonio die werkt met de actieve gangleden. Na enig aandringen, en nadat hij onze intenties wil weten, zegt hij toe.

We rijden door de kleine straatjes van San Salvador. Prostituees en bedelaars kijken de auto na die om ruimte vecht met bussen en straatverkopers om een klein stukje asfalt. Overal is lawaai. Dan draaien we een rustige buurt in. Op de muren staat in graffiti MS13, zoals de Mara Salvatrucha zich noemen. We zijn gespannen. De camera moet worden opgeborgen, zegt padre Antonio. ‘Misschien kan er later worden gefilmd, maar de gang beslist dat zelf. Zij zijn de baas.’ Het codewoord is swave: als dat valt moet ik direct stoppen met filmen, benadrukt de pater.
De gangleden komen ons tegemoet op een klein pleintje tussen de kleine huisjes en even later staan ze voor ons. Maar in plaats van een overweldigende indruk op ons te maken, valt het aangezicht van de jonge jongens mee. Zij zijn volledig getatoeëerd, maar het is moeilijk te beseffen dat deze jonge gezichten zoveel geweld op hun geweten hebben. De spanning valt weg, we mogen filmen (geen gezichten) en we raken in een vrolijk gesprek over FC Barcelona, waarvan één van de gangleden het logo op zijn hand heeft gezet. Het is makkelijk om de afgesproken regels te vergeten. Ik merk weer hoe serieus het is als ik één jongen iets te lang film. Hij knipt kort met zijn vingers. ‘Swave’, zegt hij zacht. Ik stop.
Op de terugweg bedenk ik me of we nou echt gevaar hebben gelopen. Was het onveilig? We zijn op de gevaarlijkste plek in San Salvador geweest, maar liepen we gevaar? Als ik iets geleerd heb van deze reis, dan is het dat je onveiligheid of gevaar niet aan ziet komen (zo bewijst ook het trieste voorbeeld van de vier Nederlandse journalisten). Er zijn geen regels voor wat onveiligheid is, maar wat je kunt doen is het inschakelen van personen als Guillermo en padre Antonio. De enige regel die ik kan verzinnen is dat het verhaal dat je gaat maken het risico dat je neemt waard moet zijn. Wereldnieuws rechtvaardigt meer risico dan shownieuws. Misschien hadden Koos Koster, Hans ter Laag, Jan Kuiper en Joop Willemsen beter moeten weten, maar misschien hadden zij deze afweging gemaakt.

Op zondag 15 maart organiseren Cordaid, ICCO en lokaalmondiaal een verkiezingsavond over El Salvador waar de films van Thomas Hurkxkens vertoond zullen worden. Kijk voor meer informatie op http://www.elsalvador2009.nl/

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen